De stad is gegroeid uit een aantal samengesmolten plaatsen: de oude haven Ampenan aan zee, met verbleekte Nederlandse en Chinese winkelhuizen; Mataram zelf, het bestuurscentrum; en Cakranegara, ooit de zetel van de Balinese vorsten die Lombok bestuurden tot de Nederlandse verovering in 1894, met de tempel Pura Meru en de watertuin Mayura.
De skyline wordt gedomineerd door het Islamic Center (Masjid Hubbul Wathan), waarvan de hoge minaret uitzicht biedt over de stad tot aan de Rinjani. Lombok heet ‘het eiland van de duizend moskeeën’, en dit is het pronkstuk.
Ten oosten van de stad zijn twee plekken de korte rit waard: Taman Narmada, een koninklijke tuin uit de 18e–19e eeuw met vijvers die de Rinjani en zijn meer moeten verbeelden, en Pura Lingsar, een tempelcomplex dat hindoes en aanhangers van de Sasak-traditie Wetu Telu delen, elk jaar het toneel van de Perang Topat.
Hoogtepunten
- Het uitzicht vanaf de minaret van het Islamic Center
- Het paviljoen van Mayura dat in een lotusvijver lijkt te drijven
- Taman Narmada, een koninklijke tuin naar het voorbeeld van de Rinjani
- Pura Lingsar, waar twee religies één tempel delen
- De gelaagde schrijnen van Pura Meru
- Sate rembiga en eten van de avondmarkt
In beeld: Mataram, Lingsar en Narmada




Hoelang blijven en waar overnachten
De meeste bezoekers zien Mataram als dagtrip vanuit Senggigi. In de stad overnachten is zinvol voor een vroege vlucht, voor zaken of om dicht bij de weg naar het vliegveld en de haven van Lembar te zijn. Zakenhotels liggen langs de grote lanen; voor meer karakter kijk je naar de kust bij Ampenan of het nabije Senggigi.
